Belgische genealogie begint zelden in een databank. Ze begint in een lade: een trouwboekje met latere inkt, een stapel bidprentjes, een naam achterop een foto, een militieboekje met een stamnummer. Die papieren zijn geen akten. Ze zijn wel de kortste weg naar de akten, omdat ze data, plaatsen en soms een kanton bevatten die je anders gaat gokken.
Eerst het huis, dan het archief
Het trouwboekje is een huishoudelijk afschrift, geen vervanging van de huwelijksakte. Kinderen werden er later in geschreven, soms door een andere hand, soms met een fout geboortejaar. Gebruik het als inhoudsopgave. De akte zelf blijft de bron. Hetzelfde geldt voor bidprentjes: de datum klopt vaak, de formule errond is godsdienst, geen biografie.
Schrijf over wat je hebt, met de vraag erbij. “Geboren te Sint-Amands” op een prentje is een aanwijzing voor de burgerlijke stand van die gemeente, niet automatisch voor de parochie als het gezin net over de grens woonde. Dorp, parochie en gemeente vallen lang niet altijd samen, en na fusies al helemaal niet.
Burgerlijke stand, ook in het Frans
De burgerlijke stand werd in de Belgische departementen ingevoerd in 1796, onder het Franse bewind. Vanaf dan is de akte van de gemeente de juridische bron voor geboorte, huwelijk en overlijden. Het Burgerlijk Wetboek van 1804 maakte de formules strakker. In Vlaanderen blijven veel akten nog decennialang in het Frans, ook waar het huishouden Klein-Brabants sprak. Een akte van Sint-Amands uit 1820 kan dus Frans zijn zonder dat de familie Franstalig was.
Een geboorteakte noemt het kind, de ouders, hun beroep en woonplaats, en de aangever. Een huwelijksakte noemt de partners, vaak hun ouders, de getuigen en de datum van de afkondigingen. Een overlijdensakte noemt de overledene, de leeftijd of een geboorteplaats, de echtgenoot als die er was, en de aangevers. Beroepen zijn bruikbaar en soms sierlijk overdreven. Een “cultivateur” kan een kleine boer zijn. Een “journalier” werkt per dag, zonder eigen hoeve.
De akte heeft een vaste romp, die je kunt lezen zonder een echte persoon in te vullen. Bij een doop, vóór 1796, verwacht je: datum, kind, ouders, peter en meter, priester. Bij een huwelijk: datum, beide partners, hun ouders, woonplaats, getuigen, en soms een dispensatie. Bij een begrafenis: datum van de begraving, naam, leeftijd of echtgenoot, en soms een sacramentenformule. De lege plekken zijn het werk. De volgorde ligt vast.
Parochieregisters
Vóór 1796 zijn de parochieregisters de hoofdbron: dopen, huwelijken en begrafenissen. Ze liggen vandaag grotendeels in het rijksarchief, soms nog in afschrift op de parochie. De pastoor schreef in het Latijn of, later, in het Nederlands of het Frans, afhankelijk van plaats en eeuw. De band met de liturgie is direct. Welk sacrament een spoor nalaat en welk niet, staat uitgeschreven bij de zeven sacramenten.
Een register is geen index. Blader de jaren rond een datum, niet alleen de bladzijde die een zoekrobot aanwijst. Peter en meter, getuigen en een vermelding “van de parochie van” zijn vaak de brug naar het volgende dorp. Aan de Schelde betekent dat al snel de andere oever: een huwelijk in het dorp, een begrafenis bij de ouders aan de overkant.
Latijn dat je echt tegenkomt
Een volledige woordenlijst is een boek. Dit is de kern die in doop-, huwelijks- en begrafenisakten terugkomt.
- natus, nata: geboren. Baptizatus, baptizata: gedoopt. Baptizavi: ik heb gedoopt.
- filius, filia: zoon, dochter. Pater, mater: vader, moeder. Conjuges: echtgenoten. Uxor: echtgenote. Vidua: weduwe. Sponsus, sponsa: bruidegom, bruid.
- testis: getuige. Comparuit: verscheen. Contraxerunt matrimonium: zij sloten een huwelijk. In facie ecclesiae: ten overstaan van de parochie.
- obiit: overleed. Sepultus est: is begraven. Parochia: parochie. Hodie: vandaag. Heri: gisteren. Ejusdem mensis: van dezelfde maand.
- gemini: een tweeling. Naturalis of illegitimus: buiten het huwelijk geboren. Die woorden zijn administratief, geen oordeel om over te nemen.
De maanden heten januarius, februarius, martius, aprilis, majus, junius, julius, augustus, september, october, november, december. De afkortingen 7ber, 8ber, 9ber en 10ber zijn een klassieke val. September is de zevende maand als je, zoals de Romeinen, in maart begint te tellen. 7ber is dus september, niet juli. 10ber is december. Een akte die “X 7bris” zegt, valt in september.
Feestdagen vervangen soms een datum: de zondag na Pasen, Sint-Jan, Allerzielen. Zet die om met een kalender van het juiste jaar. Paasdatum verschuift. Een “dominica in albis” die je naar een vaste dag trekt, schuift de hele stamboom een week.
Graden van verwantschap
In het Belgisch burgerlijk recht telt men in rechte lijn één graad per generatie. Ouder en kind zijn de eerste graad. Grootouder en kleinkind de tweede. In de zijlijn telt men omhoog tot de gemeenschappelijke voorouder en dan weer omlaag. Broers en zussen zijn de tweede graad. Oom of tante tegenover neef of nicht: de derde. Kinderen van twee broers of zussen, kozijnen, zijn de vierde graad.
De kerk telde anders, en die telling staat in dispensaties bij een huwelijk. Men gaat tot de gemeenschappelijke voorouder en houdt de langste kant. Kozijnen zijn dan de tweede graad van canoniek recht, niet de vierde. Een parochieakte die een dispensatie “in de vierde graad” vermeldt, bedoelt bijna altijd de kerkelijke graad. Reken je die om alsof het het burgerlijk wetboek was, dan zoek je een veel verdere neef dan de pastoor bedoelde.
Militie, stamnummer, legerdienst
Een stamnummer is het nummer in een stamboek, niet het rijksregisternummer. Onder het Verenigd Koninkrijk en daarna in België werd de militie per kanton geloot. De lichting, het kanton en het stamnummer wijzen samen naar een register, vaak in het rijksarchief van de provincie, voor latere periodes ook bij het War Heritage Institute. Zonder kanton blijft een nummer een los cijfer.
Onder Napoleon werden jongens uit de geannexeerde departementen opgeroepen per klasse, het geboortejaar van de lichting. Sint-Amands lag in die jaren in het departement Twee Neten. De lijsten zitten deels in Franse militaire archieven, deels in Belgische afschriften. “Soldaat van Napoleon” op een familiebrief is een begin. De klasse en de gemeente van inschrijving zijn het vervolg.
“Legerdienst in Duitsland” is een andere map. Na 1945 dienden Belgische eenheden in het bezette Duitsland. Een grootvader die eind jaren veertig “in Duitsland” zat, hoort vaak in dat dossier, niet bij de Napoleontische lichtingen. Wie tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse dienst zat, laat weer een ander spoor na. Dat is een archiefvraag, geen lijst om namen op te zetten. Het War Heritage Institute en het rijksarchief zijn de ingangen, niet een forumdraad met gissingen.
De verplichte dienstplicht is niet meer van kracht. De militiewet van 31 december 1992, bekendgemaakt op 8 januari 1993, schorste de oproeping. De laatste lichting vertrok in 1995 naar huis. De tekst werd niet uit het wetboek geschrapt. Een vrijwillig dienstjaar, zoals Defensie dat later uitwerkte, is niet de oude militie en maakt geen negentiende-eeuws stamnummer. Wie zo’n nummer zoekt, zit in de stamboeken van de lichting, niet in een actuele oproep.
Doodgeboren kinderen
De aangifte van een doodgeboren kind volgt vandaag de akte van een levenloos kind, in de artikelen 58 en 59 van het oud Burgerlijk Wetboek. Vanaf een zwangerschap van 180 dagen is die akte verplicht. Tussen 140 en 179 dagen kunnen de ouders erom vragen. Het kind komt daardoor niet in het rijksregister en krijgt geen gewone geboorteakte. De ouders kunnen vragen dat een voornaam in de akte staat, en vanaf 180 dagen ook een familienaam.
Oudere akten volgen de regel van hun eigen jaar. Ga er niet van uit dat een doodgeboren kind in geen enkel register staat. Het begrafenisregister van de parochie noemt soms een kind dat in de burgerlijke stand alleen een korte akte kreeg, of vroeger helemaal geen. Dat is een registratievraag. Het is geen aanleiding om een prentje of een familieverhaal publiek te maken.
Emigratie, een naam, een huwelijksgolf
Wie een voorouder naar Amerika volgde, begint bij de haven en niet bij een familieverhaal. Antwerpen was de grote vertrekplaats. De Red Star Line voer er van 1873 tot in de jaren dertig. Een passagierslijst van vertrek en een lijst van aankomst zijn twee documenten. Ellis Island geldt vanaf 1892. Daarvoor is Castle Garden de New Yorkse ingang. Een ontbrekende naam op één lijst weerlegt de reis niet. Spelling schuift: een c wordt een k, een De valt weg, een dubbele klinker wordt enkel.
Een familienaam onderzoek je op dezelfde nuchtere manier. Zoek de oudste akte, de spellingvarianten en de gemeenten waar de naam in één generatie klontert. Een naam is geen wapen en geen enige oorsprong. Veel namen ontstaan meerdere keren, als vadernaam of als plaats. Een schild dat een album bij die naam tekent, is een handelsproduct tot het tegendeel bewezen is. Daarover meer bij de uitleg over de leeuw op een wapenschild.
De huwelijken tussen 1900 en 1920 laat je beter per gemeente zien dan in een nationaal gemiddelde. De oorlog haalde mannen uit de lichting, weduwen hertrouwden, en de burgerlijke akte bleef de juridische. Kerk en gemeente kunnen weken uit elkaar liggen, of de kerkelijke inzegening ontbreekt. Leg de huwelijksregisters van één plaats jaar na jaar naast elkaar. Voor een Scheldedorp zie je dan de breuk, zonder een percentage te verzinnen dat voor heel België zou moeten gelden. Waar het huis stond vóór je die registers opentrekt, helpt de Ferrariskaart alleen voor de achttiende eeuw. Voor 1910 gebruik je het kadaster.


