Wie de benaming van een leeuw op een wapenschild opzoekt, heeft meestal één beest gezien en wil het woord ervoor. Dat woord gaat niet over de diersoort. Het gaat over de houding. Een leeuw die op zijn achterpoten staat, is in de blazoenering niet dezelfde figuur als een leeuw die stapt, ook al zou een bioloog geen verschil in soort zien. De taal is Frans van oorsprong en Nederlands in het gebruik. Beide moet je kunnen lezen, omdat Belgische wapens vaak in het Frans beschreven zijn.
De klimmende leeuw is de gewone
Als een beschrijving alleen “een leeuw” zegt, is het een klimmende leeuw. In het Frans: lion, of lion rampant. Hij staat op één achterpoot, de andere achterpoot geheven, beide voorpoten in de lucht, de kop in profiel, de staart omhoog. Die houding is zo gewoon dat het woord “klimmend” vaak wegvalt. Wie een leeuw op een schild ziet staan en geen extra houding vermeld vindt, mag van rampant uitgaan.
De kop draait soms naar de kijker. Dan is de leeuw aanziend, in het Frans guardant. Een klimmende aanziende leeuw heet in strikt Frans gebruik wel een lion léopardé. De naam verandert niet van dier. Alleen het hoofd staat anders. Omziend, regardant, betekent dat hij over zijn schouder kijkt. Dat is zeldzamer, en het staat er bijna altijd bij, precies omdat het niet de gewone houding is.
Gaand, zittend, uitkomend
Een gaande leeuw, lion passant, stapt. Drie poten raken de grond, één voorpoot is geheven, de kop is in profiel. Een gaande aanziende leeuw, kop naar de kijker, noemen Franse blazoeneringen vaak een léopard. De drie leeuwen op het Engelse koninklijke schild zijn in die strenge taal luipaarden, en in het Engels toch lions passant guardant. Dezelfde beesten, twee vaktalen. In het Nederlands zeg je gewoon gaande en aanziend, en vermijd je het woord luipaard tenzij de bron het zelf gebruikt.
Een zittende leeuw is sejant. Een liggende leeuw is couchant. Een uitkomende leeuw, issant, komt uit een lijn, een kroon of een helmteken tevoorschijn: je ziet de bovenhelft. Helmtekens zijn vaak uitkomend, omdat er boven het schild weinig plaats is. Een dubbele staart komt voor. Die noem je, want een gewone leeuw heeft er één. Twee koppen zijn eerder het domein van de adelaar dan van de leeuw. Verwar die niet.
Kleur, klauwen, tong, kroon
De houding is één helft van de naam. De kleur is de andere. De veldkleuren en de kleur van de leeuw hebben vaste woorden. Keel is rood, azuur is blauw, sabel is zwart, sinopel is groen, purper blijft purper. Goud en zilver zijn de metalen. “Een leeuw van keel” is een rode leeuw. “Van goud, een leeuw van sabel” is een zwart dier op een gouden veld. Zonder die twee kleuren is de houding een tekening, geen wapen.
Gewapend slaat op klauwen en tanden in een andere kleur. Getongd slaat op de tong. Gekroond spreekt voor zich, maar de kroon heeft soms een eigen kleur. Een leeuw van sabel, gekroond, gewapend en getongd van goud, is een zwarte leeuw met gouden kroon, klauwen en tong. Dat is een volledige benaming. “Een leeuw” alleen is dat niet.
Een historisch voorbeeld, geen familieservice
De heren van Halewijn, in de vijftiende eeuw achterleenmannen in Sint-Amands, voeren volgens een negentiende-eeuwse genealogische bijdrage een schild van zilver met drie gekroonde leeuwen van sabel, twee en een. Hardop gelezen: het veld is zilver, de figuren zijn leeuwen, hun kleur is zwart, ze zijn gekroond, en ze staan twee boven en één onder. Over klauwen en tong zwijgt die zin. Die kleuren verzin ik er niet bij. Het blijft een historisch huisschild. Het is geen wapen dat het dorp uitdeelt, en geen schild dat iemand vandaag mag claimen omdat een verre naam erop lijkt. Wie de heren zelf in de dorpsgeschiedenis wil plaatsen, leest de geschiedenis van Sint-Amands.
Negentiende-eeuwse albums verkochten wapens bij een familienaam, soms met een leeuw omdat een leeuw deftig staat. Een gedeelde naam is geen gedeeld schild. Namen ontstaan meerdere keren, als vadernaam of als plaats. Het schild ontstaat één keer, bij een verlening, een zegel of een graf. Zonder die bron is een leeuw op een servies een tekening. Hoe je een naam wél natrekt, zonder bij een wapen uit te komen, staat in de gids voor genealogie in België.
Een schild lezen in de juiste volgorde
Eerst het veld, dan de figuur, dan de houding, dan de kleur van de leeuw, dan gewapend en getongd, dan de kroon. “Van zilver, een klimmende leeuw van sabel, gekroond, gewapend en getongd van keel” lees je van buiten naar binnen. Sla de houding niet over wanneer ze afwijkt van klimmend. Sla de kleur niet over wanneer het dier op een foto grijs lijkt: steen en borduursel verliezen hun polychromie.
Links en rechts zijn de links en rechts van de drager, niet van de kijker. Een leeuw die voor de toeschouwer naar rechts kijkt, kijkt heraldisch naar links, en omgekeerd. Bij een aanziende kop maakt dat voor de kop niets uit. Bij een gaande leeuw wel: de richting hoort in de beschrijving als ze ongewoon is. De gewone richting is heraldisch naar rechts, dus naar de linkerkant van de foto.
Daarmee is de benaming rond. Klimmend als er niets bij staat. Aanziend als de kop je aankijkt. Gaand als hij stapt. Een léopard als de Franse tekst een gaande aanziende leeuw bedoelt. De rest is kleur, kroon en klauw. Een leeuw op een muur in een dorp is het begin van die zin, niet het einde.


