Teksten op bidprentjes

Donker gebedenboek met gekleurde linten op een houten kerkbank.
Elsa Callum

Een bidprentje is een klein drukwerk dat na een overlijden werd uitgedeeld: een heilige of een kruis aan de ene kant, een naam, twee data en een gebed aan de andere. In Vlaanderen liggen er duizenden in schoenendozen. Voor de genealogie zijn ze een index op de burgerlijke stand. Voor de familie waren ze een gebed. Die twee functies moet je uit elkaar houden, anders lees je een formule alsof ze een levensverhaal is.

Wat er bijna altijd op staat

De vaste kern is kort. Voornaam en familienaam. Soms de naam van de echtgenoot of echtgenote, “weduwe van” of “echtgenoot van”. Geboorteplaats en geboortedatum, of alleen een leeftijd. Overlijdensplaats en -datum. Daarna een religieuze zin, en vaak de vraag om een Weesgegroet of een ander gebed. Foto’s komen pas laat, in de twintigste eeuw, en lang niet op elk kaartje.

De datum van overlijden is meestal het betrouwbaarste element. Drukkers werkten met wat de familie doorgaf, kort na de dood, wanneer die datum nog vers was. De geboortedatum is minder zeker. Die kwam uit het geheugen of uit een trouwboekje, en een jaar kan een jaar verschuiven. Controleer beide in de akte. Het prentje brengt je naar de gemeente. De akte beslist.

Een leeftijd als “in den ouderdom van 74 jaar” reken je niet blind om naar een geboortejaar. “74 jaar” kan 73 jaar en 10 maanden zijn, of 74 en een half. Zoek de geboorteakte in een vork van twee jaar, niet op één dag.

De tekst is een formule

De zinnen lijken persoonlijk omdat de naam erin staat. De rest komt uit een klein repertoire. Drukkers hadden modellen. Families kozen een nummer, of namen de tekst die de buren het jaar voordien hadden gebruikt. Een prentje dat “een teer geliefde echtgenoot en zorgzame vader” noemt, zegt dat er een gezin was. Het zegt niet hoe dat gezin functioneerde. Die bijvoeglijke naamwoorden zijn hoffelijkheid, geen getuigenis.

Hetzelfde geldt voor de sacramenten. “Voorzien van de heilige sacramenten der stervenden” betekent dat een priester nog langs is geweest, of dat de familie die formule koos. Het is geen medisch verslag en geen uur van overlijden. De band met biecht, communie en ziekenzalving staat bij de zeven sacramenten. Op het prentje is de zin langer dan in het parochieregister. De pastoor schreef een halve regel. De drukker zette er een gebed onder.

Een model, met open plekken en zonder iemand in te vullen, ziet er zo uit. “Ter gedachtenis aan [voornaam en naam]. Geboren te [plaats] op [datum]. Overleden te [plaats] op [datum], voorzien van de heilige sacramenten. Heer, geef hem de eeuwige rust.” Alles tussen de haakjes komt uit de familie. Alles daarbuiten is drukkersgoed. Zo herken je op een echt kaartje wat je moet overschrijven en wat je kunt laten voor wat het is.

Spreuken die blijven terugkomen

Een aantal zinnen komt op kaartjes uit heel verschillende dorpen voor. “Gedenkt in uw gebeden.” “Heer, geef hem de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hem.” “Goede Jezus, geef hem de eeuwige rust.” “Bid voor de ziel van.” Dat zijn geen familieteksten. Het zijn vertalingen van het requiemgebed, of korte varianten die een drukker in voorraad had. Een identieke spreuk op twee prentjes bewijst geen verwantschap. Ze bewijst dat beide families uit dezelfde voorraad putten.

Iets persoonlijker wordt het wanneer een beroep, een vereniging of een oorlog wordt genoemd. “Oudstrijder 1914-1918” is een feit dat je in een militiedossier kunt natrekken, niet een sierwoord. Een vermelding van een klooster of een orde wijst op een intrede, en dus op een ander archief dan de burgerlijke stand van de geboorteplaats. Een bijnaam tussen aanhalingstekens is vaak de naam waaronder iemand in het dorp bekend stond, naast de officiële naam op de akte. Noteer beide.

Gedichten onderaan het kaartje zijn wisselend van kwaliteit en zelden voor die ene dode geschreven. Veel zijn overgenomen uit bidprentjesbundels. Een vers dat je op drie kaartjes uit drie provincies terugvindt, is gemeengoed. Alleen een tekst die concrete, controleerbare details geeft (een schip, een bepaalde molen, een datum van een ongeval) verdient het om naast de akte gelegd te worden. Ook dan blijft de akte de bron, en het vers een familieherinnering.

Wat je er niet uithaalt

Een prentje noemt zelden alle kinderen. Het noemt de echtgenoot, soms de ouders, zelden de broers en zussen. Wie een gezin wil reconstrueren, moet naar de geboorteakten, niet naar het kaartje van de vader alleen. Een ontbrekend kind op het prentje is geen bewijs dat het niet bestaan heeft. Kinderen die jong stierven, vallen op oudere kaartjes vaak weg.

Het omgekeerde komt ook voor. Een prentje noemt een kind dat in de akten moeilijk te vinden is, omdat het in een andere gemeente geboren werd of omdat de familienaam daar anders gespeld staat. Gebruik de voornaam en het geboortejaar als zoeksleutel, en sta een spellingverschil toe.

Publiceer geen scan van een prentje zomaar verder wanneer er nog nabestaanden zijn die het kaartje niet zelf hebben vrijgegeven. De genealogische winst zit in de data en de plaats, niet in het verspreiden van het gebed. Voor de werkwijze rond akten, spelling en de burgerlijke stand is de gids voor genealogie in België het vervolg. Het prentje is de drempel. De akte is de kamer daarachter.

Drukker, formaat, achterkant

Op de achterkant of in een heel kleine letter staat soms de naam van de drukker en de gemeente waar hij zat. Dat is een dateringshulp. Een drukker uit Dendermonde of Mechelen op een kaartje van een Scheldedorp zegt iets over waar de familie het liet zetten, niet noodzakelijk over waar de dode woonde. Het formaat schuift in de tijd: kleine kaartjes in de negentiende eeuw, grotere met foto in de twintigste. Een foto zonder drukkersjaar dateer je bij benadering op kledij en op het lettertype, en daarna controleer je de akte.

Bewaar bij een overschrijving ook de rare dingen. Een verbeterde datum in pen. Een tweede prentje voor dezelfde persoon, met een andere echtgenoot, omdat het eerste te vroeg was gedrukt. Een Franse tekst in een Nederlandstalig gezin, omdat de drukkerij die week alleen Franse modellen in huis had. Die details verklaren waarom twee kaartjes elkaar tegenspreken. Ze zijn geen reden om het mooiste prentje te kiezen en het andere te vergeten.