Sint-Amands ligt op de grens van twee provincies, met de Schelde als sloot en als weg. In 1914 en in 1940 was die ligging geen decor. Dendermonde, aan de overkant, brandde in september 1914. De spoorlijn naar dat station was er sinds 1880. De bezetting kwam twee keer over dezelfde dijk. Dit is geen namenlijst van dorpsgenoten. Het is de vraag wat er in de papieren van een gezin kan zitten, en wat een woord als collaboratie of vuurkruis daar betekent.
Een soldaat van Napoleon
Onder het Franse bewind hoorde Sint-Amands bij het departement van de Twee Neten. Jongens werden opgeroepen per klasse, het jaar van de lichting. “Soldaat van Napoleon” in een familiebrief is dus geen bijnaam. Het is een dienstplicht in de geannexeerde departementen, met een matricule en een gemeente van inschrijving. De lijsten zitten deels in de Franse militaire archieven, deels in Belgische afschriften. Zonder klassejaar blijft het een anekdote. Met dat jaar wordt het een dossier. Hoe een stamnummer later, in de Belgische militie, werkt, staat in de gids voor genealogie in België.
1914, de overkant, het vuurkruis
Duitsland viel België binnen op 4 augustus 1914. Op 4 september 1914 brandde Dendermonde. Sint-Amands keek daar vanaf de rechteroever op uit. Ik schrijf het dorp zelf geen verwoesting toe die de gebruikte bronnen niet noemen. De maand september 1914 is aan deze bocht van de rivier wel degelijk de maand waarin de oorlog aankwam. “Zwarte september” wordt ook voor andere jaren en andere landen gebruikt. Hier slaat het op die maand aan de Schelde, niet op een lijst van slachtoffers en niet op een gebeurtenis die ik voor dit dorp zou verzinnen.
Wie terugkwam, kwam terecht in het circuit van de oud-strijders van 1914-1918. Frontstrepen bestonden al tijdens de oorlog: een eerste regeling bij koninklijk besluit van 24 juni 1916, daarna bijgesteld. Het vuurkruis is jonger. De vuurkaart, in principe voor wie minstens twaalf maanden in de linies zat tussen 4 augustus 1914 en 11 november 1918, werd begin jaren dertig ingevoerd. Het vuurkruis, een bronzen kruis aan een rood lint met blauwe strepen, was voor wie die kaart had en zich aangaf. Niet iedereen die in aanmerking kwam, deed dat.
In een lade liggen die stukken vaak door elkaar. De vuurkaart is het recht. Het kruis is de decoratie die je daarop aanvroeg. Een bidprentje dat alleen “oud-strijder 1914-1918” zegt, is een derde, zwakkere aanwijzing: de familie zette het erop, de administratie niet per se. Een kruis bewijst niet het volledige dienstverloop, en het zegt niets over de buren die geen kruis aanvroegen. Het vocabulaire van de lichting verschilt ook per oorlog. Een Franse classe is het geboortejaar van een Napoleontische oproeping. Een Belgische lichting is de militie van het koninkrijk. Dezelfde familie kan beide woorden gebruiken voor twee verschillende mannen.
De klaproos
De rode klaproos werd een teken van de doden van 1914-1918 door het gedicht dat de Canadese arts John McCrae in mei 1915 bij Ieper schreef, na de dood van een vriend. De eerste regels luiden: “In Flanders fields the poppies blow / Between the crosses, row on row.” De klaproos groeide op de omgewoelde grond. Het gedicht maakte die bloem tot een afspraak: op 11 november, ter herinnering, niet als versiering.
In het Frans bestaat daarnaast de bleuet, de korenbloem, als eigen teken. In Vlaanderen is het de klaproos die op revers en op affiches staat. Een gedicht over die bloem dat je online vindt, is lang niet altijd McCrae. Veel Nederlandse verzen zijn later geschreven en hebben een auteur die nog onder het auteursrecht valt. Het volstaat de twee Engelse regels te kennen en te weten wat ze doen: ze wijzen naar de begraafplaatsen aan het front, niet naar een perk in Sint-Amands.
1940, avondklok, Winterhulp
De tweede bezetting begon met de inval van 10 mei 1940 en de capitulatie van 28 mei. De bezetting van 1914 en die van 1940 lijken op elkaar in het woord en niet in de papieren. 1914 laat militaire fiches en oud-strijdersverenigingen na. 1940 laat voedseladministratie, oproepen tot arbeid en verordeningen na. Een avondklok in Oost-Vlaanderen, aan de overkant, of in de provincie Antwerpen, aan deze kant, werd per verordening vastgelegd. Het uur was niet overal en niet de hele oorlog hetzelfde. Een klokslag afdrukken alsof hij voor elk dorp gold, zou fout zijn. In de bron zoek je de verordening van die maand.
Winterhulp werd in 1940 opgericht, tijdens de bezetting, als organisatie voor winterse steun. Ze deelde hulp uit en ze hing aan het bezettingsbestel. Een stempel van Winterhulp op een document zegt dat het gezin in die administratie zat. Hij zegt niet vanzelf welke keuze iemand maakte. Collaboratie betekent samenwerking met de bezetter. Dat gaat van politiek engagement tot leveringen en tot een baan die onder het nieuwe bewind viel. Het woord is een historische categorie, geen etiket om op buren te plakken. Deze site publiceert geen lijsten van dorpsgenoten.
In september 1944 werd een groot deel van België bevrijd. De Scheldemonding bleef daarna nog weken strijdterrein, omdat de haven van Antwerpen pas bruikbaar was toen de oevers vrij waren. Ook dat is geen slagveldverhaal voor elke hoeve in Sint-Amands. Het verklaart waarom “september 1944” en “de Schelde” in dezelfde zin kunnen staan zonder dat er een huis-aan-huisverslag bij hoort.
Wat je in een familiepapiertje kunt verwachten
Een militieboekje, een vuurkaart, een brief met een klassejaar, een stempel van Winterhulp, een vermelding “oud-strijder” op een bidprentje. Elk van die stukken wijst naar een archief: rijksarchief, War Heritage Institute, gemeente. Geen van die stukken is een reden om de buren van toen bij naam op een website te zetten. Het dorp waarin dit speelde, met zijn dijk, zijn station van 1881 en zijn overkant in Dendermonde, staat in de geschiedenis van Sint-Amands.


