Voorbeeld van een huwelijksakte uit 1791 te Sint-Amands

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                           

                                                          

 

Transcriptie van het hier boven vermelde en laatst vermeld huwelijk op dit blad. In verstaanbare taal.

Twee Mei. Egidius Parijs en Maria Anna Hiel (weduwe van Egidius Carnoey),beiden van hier, na de beloften en de drie bannen zonder vernietigend beletsel, hebben een huwelijk gesloten, met de getuigen Joannes Baptist Van Assche en Joannes Braeckelaer, en mij Eerwaarde Heer Sarens, onderpastoor, in opdracht van de Eerwaarde Heer pastoor.

 

Volgens een ordonnantie uit 1778 moeten de huwelijkspartners en de getuigen, de huwelijksakte ondertekenen met hun naam.Hier boven zijn akten uit 1791 en niemand ondertekent de akte.Alleen de priester wordt vermeld.

 

                                                            Probleem kerkelijk huwelijk ?

En wat met inteelt ?.Volgens het Kerkelijk recht in de katholieke kerk, is het verboden te huwen met bloedverwanten in rechte lijn, en bloedverwanten in de tweede, derde en 4de graad van de zijlijn.

Dat betekent dat neef en nicht, oom en nicht, tante en neef, in principe niet kunnen huwen, behalve wanneer ze dispensatie vragen (en bekomen ??) van het kerkelijk gezag.

Neef en nicht hebben dezelfde grootouders maar andere ouders.

 

                                                            Het Burgerlijk huwelijk.

Volgens het Burgerlijk recht kent Belgie een huwelijksbeperking voor bloedverwanten in de 3de graad zijlijn, bv oom en nicht, tante en neef. Voor dit verbod kan de Koning ontheffing verlenen.

Relatief verbod voor de 2de graad zijlijn.Geen huwelijksverbod voor de 4de graad zijlijn. Neef en nicht kunnen dus altijd een burgerlijk huwelijk aangaan.

In Belgie moet een kerkelijk huwelijk steeds voorafgaan door een burgerlijk huwelijk.

Deze regel staat in de Grondwet.

 

In de huwelijksakten worden doorgaans twee data vermeld :  de datum van de ondertrouw en de datum van het huwelijk (dit is theorie, in de praktijk weinig gezien).

De ondertrouw ging vooraf aan het huwelijk en vond plaats in het bijzijn van de pastoor en de getuigen. Binnen de veertig dagen na de ondertrouw werd verwacht dat het koppel de huwelijksgeloften aflegde. De ondertrouw was een zakelijke en sobere plechtigheid en was vooral bestemd om na te gaan of er geen huwelijksbeletselen waren.

Hadden bruid en bruidegom toestemming van de ouders om te huwen, waren er geen te nauwe verwantschapsbanden tussen bruid en bruidegom, beschikte het koppel over voldoende kennis van de geloofsleer, enzovoort.Tijdens de ondertrouw werd ook een gelofte van kuisheid afgelegd.

Na de ondertrouw werden de zogenaamde huwelijksbannen afgekondigd. Op drie opeenvolgende zon- of feestdagen werden in de kerk publiekelijk de huwelijksintenties van koppels meegedeeld vanaf de preekstoel (in de volksmond zegde men dan  “ze zijn van de preekstoel gevallen”).

Dit was in feite een soort publiek onderzoek naar mogelijke huwelijksbeletselen. Na de afkondiging kon het huwelijk plaatsvinden. In principe was de keuze van de parochie vrij. Onderzoek toont aan dat het huwelijk vooral werd gevierd in de parochie van de bruid. Na 1778 kan men dit vrij eenvoudig nagaan in de huwelijksakte aangezien de herkomst van bruid en bruidegom wordt vermeld in de akten van de burgerlijke stand.

Huwelijksdag. Op basis van de huwelijksakte kan men achterhalen op welke dag in de week werd gehuwd. Onderzoek toont aan dat de voorkeuren aanzienlijk wijzigden tijdens de zeventiende en achttiende eeuw. Tijdens de late zeventiende eeuw was de zondag de huwelijksdag bij uitstek. Na de zondag volgde de zaterdag op een tweede plaats. Er was dus een duidelijk voorkeur om te huwen tijdens het weekend.

Een eeuw later was het patroon totaal gewijzigd.Op zondag voltrokken zich bijna geen huwelijken meer. Hoewel de zaterdag populair bleef, was het vooral de dinsdag die nu de huwelijksdag bij uitstek was. De verschuiving van zondag naar dinsdag treft men ook in andere Vlaamse dorpen aan.

Wat is de verklaring achter deze verschuiving? Bepaalde dagen waren niet populair om te huwen, zoals bijvoorbeeld de maandag en de vrijdag.

In dit geval speelde bijgeloof een grote rol.

In de catalogus van bijgelovige praktijken waaraan parochianen zich schuldig maakten staat te lezen: “Verschil maecken tusschen daegen, maenden en jaeren, houdende eenige voor geluckigh, andere voor ongeluckigh: gelijck doen die op een maendagh ofte vrijdagh niet en derven trauwen ofte in hunnen dienst gaen, meijende dat hunnen dienst ofte hun houwelick niet voorspoedigh en soude sijn”. Bovendien was vrijdag ook een traditionele vastendag, en dus minder aantrekkelijk als huwelijksdag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron, Stanny Van Grasdorff, Algemeen Rijksarchief Brussel,, Codex Iuris Canonici,, kerkelijke registers van St-Amands, huwelijksregisters.

 

 

 

 

 

 

Terug naar doopakte

Terug naar voorbeeld doopakte

Voorbeeld begraafakte klik hier