Voorbeeld uit het doopregister van 1620 te Sint-Amands

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron, VAN GRASDORFF STANNY, Algemeen Rijksarchief  Brussel, kerkelijk archief  Sint-Amands, doopregisters

 

Naar voorbeeld huwelijksakte klik hier

 

Naar voorbeeld begraafregister klik hier

 

 

 

 

Het verschil tussen het archief van de kerkfabriek en het pastoraal archief.

 

Archief  kerkfabriek.

Het archief van de kerkfabriek is een publiekrechtelijk archief en valt onder het het Vlaams Archiefdecreet en onder de Federale ArchiefWet.

 

Pastoraal archief.

Het pastoraal archief is een privaatrechtelijk archief en valt onder het beheer van de kerkelijke overheid en in het bijzonder de Bisschop.

 

 

Bron, Stanny Van Grasdorff, mijn studiedag in november 2016, samen met Kadoc Leuven, in het Algemeen Rijksarchief te Brussel.

Thema : “In saecula saeculorum” , Kerkelijke archieven beheren en archiveren.

Terug naar startpagina

De Doopregisters

 

Op de vierentwintigste zitting van het Concilie van Trente,11 november 1563, werden de eerste richtlijnen vastgelegd voor het systematisch bijhouden van de parochieregisters door de parochiegeestelijkheid. Die werd nu immers verplicht alle dopen en huwelijken op hun parochie te registreren. Daarbij werd ook bepaald welke gegevens zeker moesten opgenomen worden.

 

De achterliggende reden voor deze registratie was "incestueuze" huwelijken te vermijden. Daartoe bepaalde de kerkelijke overheid regels met betrekking tot de graad van verwantschap.

Verloofden die te "nauw" verwant waren, mochten niet huwen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de Bisschop of  de Paus. Om die verwantschap te kunnen nagaan, moest een controlemechanisme uitgedacht worden. Dat werd dus gevonden in de vorm van deze parochieregisters.

 

De besluiten van het Concilie van Trente werden in een Pauselijke bulle opgelegd, (een bulle is niets anders dan voorschriften die opgelegd worden aan de kerkelijke geestelijken) en wereldkundig gemaakt op 26 januari 1564 en werd op 11 juli 1565 in de Nederlanden officieel aanvaard.

Deze voorschriften werden wel niet meteen opgevolgd.

 

Maar met de regering van de Aartshertogen Albrecht en Isabella 1598-1621 verbeterde de situatie in de Zuidelijke Nederlanden, waardoor men de kerkelijke beschikkingen beter begon na te leven. Toch moesten zowel de wereldlijke als kerkelijke overheid nieuwe besluiten uitvaardigen.

In het artikel 20 van het Eeuwig Edict van Albrecht en Isabella werd besloten dat de wethouders van iedere parochie twee dubbels van de parochieregisters moesten opmaken : één voor de eigen schepenbank en één bestemd voor de griffie van de rechtbank.

 

De kerkelijke overheid vaardigde ook in 1614 het Rituale Romanum uit, waarin nu ook het bijhouden van de begrafenissen werd opgelegd dat tijdens het Concilie van Trente achterwege was gebleven. In Sint-Amands beginnen deze inschrijvingen in 1620 maar zijn zeer karig en is in feite een opsomming van de namen van de overledenen en de data, maar meestal zonder enige andere vermelding zoals ouderdom of afstamming.

 

In Sint-Amands beginnen de doopregisters vanaf  1614 maar de inschrijvingen zijn karig en moeilijk leesbaar.

Van 1614 tot 1626 schrijft de pastoor de dopen in het register altijd op dezelfde manier en ondertekent nooit de akte met zijn naam.

 

Als voorbeeld :  1615, xvi april

Baptisatus (baptisata) natus (nata) est filius Romani de Smet et Catharina Abolooys nomine Joannes.Suceptor est Joannes de Smet Suceptrix est vidua martinus van kerckhove.(baptisatus,natus,voor een jongen, baptisata;nata,voor een meisje).

Vertaling :  1615, 16 april

Gedoopt geboren is zoon van Romanus de Smet en Catharina Abolooys genaamd Joannes. Doopheffer is Joannes de Smet. Doophefster is de weduwe van martinus van kerckhove.

 

Vanaf  1626 worden de inschrijvingen beter verzorgd en de pastoor schrijft nu, als voorbeeld :

1626, 31 augustus.Geboren is Egidius matthys.Gedoopt 2 september, zoon van Andreas en catharina Stels.Doopheffers Egidius Peeters en Joanna Lemmens.

 

In deze vorm blijven de inschrijvingen genoteerd tot het jaar 1635.

 

Parochieregisters bevatten geen geboorteakten maar doopakten.Meestal werden de kinderen zo vlug mogelijk en binnen de drie dagen na de geboorte gedoopt en dikwijls nog dezelfde dag.

Het moest vlug gebeuren want ongedoopte kinderen gingen naar het vagevuur.Wanneer een kind gedoopt is “sub conditione”, een nooddoop, vreesde men voor het leven van de boreling.Een nooddoop werd meestal uitgevoerd door de vroedvrouw of de chirurgijn. Men vindt daarna meestal de naam van het kind in het begraafregister.

 

De pastoor noteerde het jaar en de datum.Dan volgt de naam van het kind en vermeld hij de naam van de vader en de moeder, en of  ze gehuwd zijn.

Hij vermeld soms het tijdstip van geboorte maar alles in het Latijn, hodie = vandaag, heri = gisteren, hac nocte = deze nacht, eergisteren = nudius tertius.Dan volgden de namen van de getuigen, de peter en de meter.

De doopakte werd altijd onderschreven door de pastoor of de onderpastoor.Volgens het geschrift,schreef (vermoedelijk) ook de koster de doopakte in het register en de pastoor ondertekende de akte.Dit gebeurde niet altijd.Zo schrijft de pastoor tussen 1614 en 1634 nooit zijn naam onder de akten.

Maar in het prille begin van de parochieregisters is er weinig informatie ingeschreven.Het duurt nog een hele tijd vooraleer er eindelijk alle informatie wordt weergegeven.

 

 

 

Geboorteaangifte in deze moderne tijd, zie

Voorbeeld uit het doopregister van 1671 te Sint-Amands