Voorbeeld van het begraafregister uit 1620 te Sint-Amands

Lees ook de tekst onderaan

 

 

Begraven worden :

 

Vanaf  het inwerking treden van het dekreet van Napoleon in 1804, behoorde de begraving binnen de kerk definitief tot het verleden (Met het Franse decreet van 12 juni 1804 werd het begraven in kerken verboden, maar dat trad pas in werking na de inlijving bij Frankrijk in 1810. Dat werd bij Souverein Besluit van de latere Koning Willem I van 24 december 1813, weer terug gedraaid. Uiteindelijk werd bij KB van 22 augustus 1827 het begraven in kerken per 1 januari 1829 definitief verboden.).

Daarvoor had men gegronde redenen : hygiënische,medische en praktische.Hoe was het dan veel vroeger ?.Het was voordien de vrome wens van de gelovigen een laatste rustplaats te vinden in de nabijheid van relieken van heiligen, om zo een graantje mee te pikken van de gebeden van de priesters.De kerkelijke overheid stemde toe om ook binnen de godshuizen begraven te worden. Dat was kostelijk, want de plaats en de ruimte was beperkt.

Enkel de personen van hoge geboorte, met macht en geld, konden zich zo een plaats verwerven.Maar weldra werd de kerkvloer zozeer door graven ingenomen, dat dit een hinder vormde voor de liturgie.Begraven worden in kloostergebouwen kwam ook in de mode.Zo werden abdijen de begraafplaatsen van de adel..

Kerken en kloostergangen van bedelorden waren bijzonder in trek bij vooraanstaaande burgers.De rangschikking van de graven geschiedde volgens een standenhiërarchie. De meest aanzienlijke personen vonden hun plaats op het "hoogkoor", minder welgestelden in de "middenbeuk".

Zo werd in 1791 Daniël Van den Eynde begraven "in het koor".Wanneer iemand helemaal achteraan in de kerk werd begraven, dan sprak men van een "petieterig kerke-lijk".

 

In 1827 is er een Koninklijk Besluit van koning Willem I dat het verbod oplegd om nog te begraven in de kerk.

De doden werden boven elkaar gestapeld tot vlak onder de vloer.De ontbindingslucht verpestte de omgeving.Hiervan stamt de uitdrukking "een stinkend rijke".De gewone sterveling kreeg een bescheiden houten kruisje in gewijde grond rond de kerk.Ook hier bestond er een hiërarchie : de beste plaats was de oostzijde van de kerk.De dode moest dan met zijn voeten naar het oosten en het hoofd naar het westen liggen, zodat hij op de dag van het laatste oordeel slechts rechtop hoefde te zitten om Jezus' komst in het oosten tegemoet te zien.Tot in 1846 werd te Sint Amands begraven rond de kerk.Door het uitbreken van dysenterie, een besmettelijke ziekte, die op minder dan drie maanden tijd 237 personen het leven kostte, werd het kerkhof rond de kerk te klein. Omwille van gezondheidsproblemen besloot men de begraafplaats uit het dorpscentrum te weren.Het huidige kerkhof ligt in de Hekkestraat (Kapellekouter) naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw ten Donkere.(1847, ten tijde van pastoor Beyens).

 

Tot in 1846 werd er te Sint-Amands begraven rond de kerk.Op 28 december 1860 bepaalde de gemeenteraad dat diegenen die nog rond de kerk wilden begraven worden, een gift van 200 frank aan de kerk en een gift van 300 frank aan het armenbestuur moesten overmaken. Daarnaast dienden ze tevens het begrafenisrecht van 12 frank en 69 centiemen te betalen aan de gemeente. Er werd begraven op het stuk grond naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw ten Donkere in de Hekkestraat, het nu nog altijd bestaande kerkhof.

 

* * * * * * * * * In de kerk was eertijds een aangemetseld vertrekje dat dienst deed als "beenderhuisje" (nu is dit de doopkapel).Daar werden de opgegraven beenderen bewaard telkens men een deel van het kerkhof, dat rond de kerk lag, moest vrijmaken.Uit eerbied voor de overledenen werd deze gewoonte nog gevolgd tot het midden van de 19é eeuw.De ontgraven beenderen werden daarna naar het kerkhof gebracht.Het beenderhuisje werd zo van zijn functie ontheven en in 1865 omgevormd tot een doopkapel. Deze ruimte wordt ook gebruikt als rouwkapel en bevindt zich achteraan in de kerk * * * * * *

 

Ongedoopte kinderen, krankzinnigen en zelfmoordenaars werden in ongewijde aarde gelegd.Door de inwerkingtreding van het decreet in 1804 werd het kerkhof in de eerste plaats een plek van dankbare herinnering aan de dode, een plaats van rouw en hoop.

Noteren we ook nog dat één van de basiskenmerken van de leer van de katholieke kerk, het geloof is in het hiernamaals en in de gemeenschap van de levenden en de doden.De dode heeft de gebeden nodig van de levenden om zijn zieleheil te verwerven.

Een gelovige moest zuiver zijn en vrij van zonden om naar de hemel te kunnen gaan. Daarom kreeg de stervende de laatste sacrementen - de biecht, de communie en het heilig Oliesel - toegediend.
 

De angst om eeuwig te schroeien in de hel was groot.
Voor de berechting werd naast het sterfbed een gelegeheidsaltaar geïnstalleerd. De kaars die de stervende in zijn hand hield, werd in de volksmond ook wel de "reisstok" genoemd. De dood werd verkondigt door het "wenen" (luiden) van de klok.
Men moest allerlei rituele voorschriften in acht nemen om te verhinderen dat de ziel van de dode terug zou keren.
Men sloot de ogen van de dode, bedekte de spiegels en hield de ramen en rolluiken gesloten.Opdat de dode niet het geluk van het huis met zich zou meevoeren, werden haarlokken en stukjes nagels van handen en voeten weggenomen en bewaard in de familie. Van oudsher wordt aan menselijk haar een bijzondere (levens)kracht toegekend. Soms maakte men ter nagedachtenis ook haarsouveniers uit de lokken van de overledene.
Hoewel men de dood de "grote gelijkmaker" noemt, komt bij de begrafenis de sociale stand van de overledene duidelijk tot uiting. Voor de kerkelijke uitvaart bestonden verschillende klassen. Tot ongeveer 1940 was het gebruikelijk om na de eerste-klasse-lijkdienst brood uit te delen aan de armen.

Pas vanaf 1953 werden de lijkkoetsen vervangen door gemotorisseerde lijkwagens.

 

* * * Opmerkelijk bij dit alles is, dat het Concilie van Trente de pastoors in het geheel geen verplichting oplegde om overlijdensregisters aan te leggen. Overlijdensregisters komen er echter wel, maar om een geheel andere reden. Een tweede doel namelijk, waartoe de pastoors kerkregisters aanlegden, was de financiële kant van de zaak. Overlijdens- en begraafboeken waren in het begin slechts kasboeken van inning van uitvaart- en/of grafrechten.

 

* * * Het Concilie van Trente legde de pastoors niet alleen de verplichting op huwelijksregisters aan te leggen, maar ook doopregisters, eveneens in verband met het toezicht op de huwelijksmoraal, namelijk vanwege het vastleggen van de huwelijksbeletselen.Het voornaamste voor genealogen is, de huwelijksbeletselen en zijn geestelijke verwantschap, en ook de bloed- en familiale aanverwantschap.Het Concilie wilde met name de dubbelhuwelijken en andere polygame praktijken uitroeien, en nader toezicht van de kerk op de huwelijken bevorderen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bron, VAN GRASDORFF STANNY, Algemeen Rijksarchief Brussel, Gemeentearchief Sint-Amands, kerkelijke registers, begraafregister.

 

Bron, VAN GRASDORFF STANNY, Rijksarchief Antwerpen, oud archief  Sint-Amands.

Wie herinnert er zich nog de sommmige opschriften op het beenderhuisje ? :

 

“Eenieder zal mij smaken”

of

 

“De scepter en de hoed zijn mij al even goed”

of

 

“Hier wachten mijn beenderen op de uwe”

 

 

Soms schrijft de pastoor in het register eigenaardigheden die niets met het begraven te maken hebben, hier toevallig ontdekt.

Ik geef de tekst weer zoals hij geschreven werd in het begraafregister van 1723-1766.Een transcriptie is niet nodig want de tekst is goed lees- en verstaanbaar.

 

middel tegen de slappigheyd van het gezicht /

neemt ontrent de grootte van een ert / wat koperroot gedaen in een flesch met 2 oncen water / draegt die flesch met u / en vrijft de oogen 20 mael per dag als gy kont / gy zult verwondert staen over het uytwerck.

 

om de vliegen te verjaegen

Neemt eenen halven caffe lepel zwarten Su...(?) gemaelen / eenen caffe lepel bruyn frans suyker en eenen goeden lepel zeem van melk.

 

Terug naar voorbeeld doopakte

 

 

Terug naar startpagina

 

Voorbeeld van het begraafregister uit 1668 te Sint-Amands