Mijn stamreeks

Er bestaat ook een niet-gepubliceerde volledig uitgewerkte stamboom met bewijsvoering. Deze gepubliceerde stamreeks is er een verkleinde uitgave van, met een verbinding naar Karel de Grote.

I

Nicolaus Boudekini

I Nicolaus Boudekini, vermeld 1254 – 1279, borgman van de graaf van Bentheim, overleden na 1-5-1279, vermeld als Ridder in de Duitse Orde. Later ingetreden in de Johanniter Orde.

Hij kan worden beschouwd als de stamvader van het geslacht “Van Schonevelde” genaamd van graesdorf, wat later dan Van Grasdorff zal worden.

R. vom Bruch noemt de stamvader van dit geslacht een illegitieme (bastaard) zoon van Boudewijn/Boldewijn, graaf van Bentheim, vermeld 1203 tot 1247 [1] , die ook als “Bodekinus comes [2] de Benthem” resp. “Boidekinus de Benthem” voorkomt [3].Trouwde N.N.

Waarvan :

1- Ludolphus die volgt onder II.

 

[1] R. vom Bruch, Die Rittersitze des Emslandes.

[2] Comes = graaf.

[3] Bv. Quedam narracio de Groninghe, de Thrente, de Covordia, ed.H.van Rij (Hilversum 1989), p. 46 resp; 60

 

II

Ludolphus van Schonevelde

II Ludolphus van Schonevelde, geboren circa 1245, als zoon van de voorgaande komt hij voor vanaf 1272, ridder in 1274.

Gehuwd met N.N.

Hij is de eerste van dit geslacht dat zich “van Schonevelde” noemt, naar de hof “Schoneveld” in de buurtschap Wilsum in het kerspel Uelsen.

Waarvan :

1-Nicolaus, geboren circa 1270, ridder, overleden tussen 15-1-1328 en 21-1- 1332.Trouwde Margaretha N. overleden na 1-6-1318.

2-Mattheus die volgt onder III.

 

I I I

Mattheus de Sconenfeld

III Mattheus de Sconenfeld, ridder, vermeld 1317-1328. Overleden na 15-1-1328.

Gehuwd met N. (urk. 1342, 1356), Bezat het leengoed Heyminckhorst in het kerspel Emlicheim.

Waarvan :

1- Ludolph die volgt onder IV.

2-Stefanie, trouwde Helmbert van der Horst, ridder, zoon van Bernhard I , weduwnaar van Margaretha van Twiclo.

 

I V

Ludolph van Schonevelde

IV Ludolph van Schonevelde, genaamd van Gravestorpe, ridder, vermeld 1335-1355. Overleden tussen 14 oktober 1355 en 12 december 1360.

Trouwde vóór 2 februari 1335 met Elsabe van Grasdorp, de vrouwe van Grasdorf, jonkvrouw, overleden na 3 februari 1385.Zij zal Grasdorf met bijbehorende goederen hebben aangebracht in het huwelijk.

Het Bentheims leenbezit van Ludolph wordt in het reeds genoemde leenregister van graaf Otto van Bentheim (1346-1364) genoemd.

Vanaf generatie IV noemen de “Van Schoneveldes’” zich met een dubbele naam :

“Van Schonevelde genaamd Van Gra(e)sdorp”, wat later dan “Van Grasdorff” zal worden.

Waarvan :

1- Mattheus die volgt onder V.

2-Margarethe.

3-Lummeke.

 

 

 

 

 

V

Mattheus van Schonevelde genaamd van Grasdorp

V Mattheus van Schonevelde genaamd van Grasdorp, vermeld 1357-1385.

Overleden tussen 3-2-1385 en 15-4-1387.

Trouwde vóór 10 november 1357 (vermoedelijk) met Oda von Ahaus dochter van Hermann von Ahaus, ridder, en van Agnes von Steinfurt, overleden kort voor 15 april 1387.

Op 12 december 1360 verkopen hij, zijn vrouw Ode en hun zoon Ludolf aan enkele geestelijken – op voorwaarde van goedkeuring van de leenheer – de hof te Hademanninc, ook genoemd de Hof te Lindelo in het kerspel Oldenzaal [1] (in 1348 door zijn vader gekocht) .

Waarvan :

1- Ludolph die volgt onder VI.

 

 

 

 

 

V I

Ludolph van Schonevelde genaamd van Grasdorp

VI Ludolph van Schonevelde genaamd van Grasdorp, vermeld 1360 – 1431.

Overleden na 29 april 1431.

Gehuwd vóór 1388 met Aleid van Amstel, overleden 1446, erfdochter en laatste telg van de hoofdstam van Amstel, dochter van Willem van Amstel, Heer van Moyland , ridder, vermeld 1328, + 7-9-1378 (zoon van Jan I van Amstel 1270-1345), en van Margriet Hagedoorn, overleden 18-9-1410.

Waarvan :

1- Matteus die volgt onder VII.

2-Ludolph.

3-Ode, vermeld 1393-1412.

4-Willem.

5-Johan.

6-Grete, vermeld 1403-1424.

7-Lize, vermeld 1403-1451.

8-Herman, vermeld 1404-1412.

9-Hinric, vermeld 1409-1412.

 

 

Goed om weten

 

                                                                                      Heraut Claes Heinenszoon (gekend als “Gelre”)


Geboren circa 1340, overleden circa 1414, legde op zeer artistieke wijze de essentiële kentekenen van de geharnaste krijgslieden die deelnamen aan bepaalde veldtochten of toernooien vast in verzamelboeken.
Hij was vanaf circa 1369 met de ambtstitel "Gelre" in dienst van Jean de Chattilon, graaf van Blois en tijdelijk hertog van Gelre tot 1374.
Sinds 1390 was hij met de ambtstitel "Beyeren" in dienst van Albrecht van Beieren, sinds 1390 graaf Willem VI van Holland.
Ook werd hij benoemd tot wapenkoning door de hertog van Brabant met als ambtstitel "Ruyers"
Hij registreerde en verzamelde omstreeks 1400 de volledige wapens van de deelnemers aan het toernooi te Champiègne (1238), het toernooi te Bergen (1310), de veldtocht van Albrecht van Beieren naar Kuinre in Friesland (1396) en aan het beleg van Gorinchem (1402).
Uit 1409 is zijn 'Hollandsche cronika van den heraut' met de wapens van de bisschoppen van Utrecht, de keizers, de graven van Holland en van veertien bekende Nederlanders, met wapendichten.

 

 

 

Zegel van Graaf Boudewijn
Onderste rij,derde,wapen van Grasdorff.Bron,Koninklijke Bibliotheek Brussel,boek heraut Gelre.
Wapen van Grasdorff
Wapen van Grasdorff
Wapen von Ahaus
Wapen van Grasdorff
Wapen van Amstel
Zegels "van Amstel"

Lees verder

Naar vorige generaties