Over “ridders”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ridders spreken tot de verbeelding van jong en oud.Het woord ridder is afgeleid van het oud-Franse “chevalier”, ruiter te paard, vandaar “ridder”.De eerste ridders kwamen al in de vroege middeleeuwen voor (einde vijfde eeuw), maar werder bekender tijdens het Karolingische rijk, onder Karel de Grote (747/748 - 814).

Binnen het feodale systeem wonnen zij aan macht.Leenheren gaven grond in leen aan hun leenmannen in ruil voor trouw, miltaire bijstand en belastinginkomsten.Aanvankelijk van lage adel, drong het ridderschap vanaf de tiende eeuw door tot de hogere klassen.

 

Vanaf de elfde eeuw trok de ridderklasse op kruistocht om de heilige plaatsen in Palestina te behouden en te heroveren.Toen ontstonden de ridderordes zoals de Johannieters (later Orde van Malta) en de bekende Tempeliers.

In de veertiende/vijftiende eeuw raakte de klasse in verval, onder meer door het wegvallen van de kruistochten, de intrede van de kruisboog en het afbrokkelen van het feodale systeem.Sinds de zestiende eeuw is de term “ridder” alleen nog een eretitel, met eerder politieke dan militaire macht.

 

De opleiding van een ridder startte op zevenjarige leeftijd.Als page stond hij ten dienste van zijn vader, die de ridder was.Vanaf tien- tot twaalfjarige leeftijd ging de leerling in opleiding bij een leenman.Daar leerde hij vechtkunsten en gedragscodes.Rond zijn dertiende werd hij schildknaap.Pas wanneer hij geld genoeg had om zijn uitrusting te kopen, (harnas, malienkolder, zwaard, schild, lans en paard), werd hij tot ridder geslagen.Dit gebeurde meestal op twintigjarige leeftijd.

 

De ridderslag ging een hele evolutie door.De eerste ridders werden omgord door het zwaard.Het zwaard werd daarbij rond hun middel gebonden, naar een oud-Germaans gebruik.De kruistochten beinvloeden dit gebruik : een kerkelijke ceremonie deed zijn intrede.

De “kandidaat-ridder” werd eerst gereinigd in een bad, waarna hem een witte tuniek werd aangetrokken.Na een dag en nacht vasten volgde een “ridderwake”, waarbij hij de nacht voor de ceremonie biddend in de kapel doorbracht.Zijn zwaard werd er gezegend.Na de biecht en de communie vond de ridderslag plaats.De toekomstige ridder knielde en legde daarbij de eed af.

 

Na deze eedaflegging  werden zwaard en sporen omgespt en kreeg hij van een andere ridder een “slag” met het blad van een zwaard tegen de wang of de nek.Vanaf  de late middeleeuwen werd er een tik op de schouder gegeven.De jonge krijger werd in ridderharnas gehesen, steeg te paard en wierp in galop een stropop neer.

Een ridderslag werd ook “accolade” genoemd (dat is in het Frans nog steeds zo), verwijzend naar de omhelzing tijdens de ceremonie.

Een ridder moest zich aan een gedragscode  houden : hij moest kracht, moed, trouw aan zijn heer en de kerk, vrijgevigheid en eerlijkheid tonen.Hij beschermde kinderen, vrouwen en ouderen.Deze waarden leven trouwens vandaag nog verder in de idee van “the gentleman”.

 

Vandaag behoren ridders tot de lagere rang van getitelde edelen, tussen de adellijke titels “Jonkheer” en “Baron” in.De koning adelt jaarlijks op 21 juli een aantal personen die zich verdienstelijk gemaakt hebben in hun vakgebied of een internationale uitstraling hebben.Deze moderne ridders worden niet meer  “tot ridder geslagen”, maar krijgen een lintje.Ze kiezen een wapenschild en -spreuk.

 

Terug naar vorige pagina

Terug naar startpagina

Bron, Van Grasdorff,  Stanny, cursus geschiedenis

Een standbeeld van een ridder in de buurt van de Sacré-Cœur in Parijs (foto Wkipedia)

              Ik en mijn zondagskostuum.

 (Foto :  Stanny Van Grasdorff, kasteel van Gaasbeek)

Foto Stanny Van Grasdorff : kasteel van Beersel.