IV  Ludolph van Schonevelde, genaamd van Gravestorpe, ridder,

 

                                  vermeld 1335-1355, + tussen 14 oktober 1355 en 12 december 1360.

 

Méér weten over “Ridders” :  klik hier

 

 

Zoon van Mattheus, ridder, generatie I I I :  zie

Trouwde vóór 2 februari 1335 met Elsabe van Grasdorp, jonkvrouw, vrouwe van Grasdorf, overleden na 3 februari 1385. Vanaf generatie IV komt de naam van Grasdorf of van Grasdorp naar voor (de namen worden weergegeven zoals ze in de documenten zijn geschreven).

 

Zijn Bentheims leenbezit wordt in het reeds genoemde leenregister van graaf Otto (1346-1364) genoemd.

“Ludolph van Schonevelde hevet to deenstmanne rechte dat huys to Gravesdorpe ( het latere adellijke goed Olthues in de buurschap Grasdorf in het kerspel Veldhausen, nog later Schulte von Grasdorf) half,unde de andere helfte is des greves van bentheim. Ook hevet he tho deenstmanne rechte dat huys to gelsschyngh (= Gelsmann),dat huys to Geerdyng,dat huys to Gravesdorpe in den kerspele to Velthuysen (blijkbaar het erve Olthus dat in 1404 samen met gelsmann als leen van Ludolph van Schonevelde wordt genoemd [1]) und en huys to Haszekinck to Meckelhorst in den kerspele to Degeningen (= vermoedelijk Hassink, buurschap Benningen, kerspel Denekamp), dat huys to hermanninck to Hockelming in den kerspel to Ulsen (= Hermeling, buurschap Hôcklenkamp,kerspel Uelsen) und twe huys to Beckesethen in den kerspele to Salsbergen, de geheten sind …..” (= buurschap Bexten, kerspel Salzbergen, Kreis Lingen) [2] .

 

Ludolph wordt voor het eerst vermeld op 2 februari 1335 als Ludolph van Gravestorpe wanneer hij zijn huys ten Puyvelde opdraagt aan de graaf van Gelre en het van deze in leen terug ontvangt, hij is dan knape [3] .

 

Ridder is hij reeds in 1341, wanneer hij op 26 mei 1341 getuige is bij het sluiten van een overeenkomst tussen Reinold van Coevorden en het klooster Assen [4] .

 

De volgende dag komen hij en Arnoldus de Sconenfelde, knape, voor als getuigen bij de verkoop van goederen in het kerspel Epe [5] .

 

25 november 1335 .

Sijmon, graaf van Benthem, oorkondt, dat hij aan zijn borgman Arnold van Sconenvelde geschonken heeft het huis Woltbertinc in de marke Lemeslo in het kerspel Aldenzale in ruil voor het huis Longherinc te Overbentlaghe in het kerspel Rene,

Dusent dri hundert vijf en dertigh up sente Katerinen dagh eirre heijligen juncvrowen.

Oude archieven Oldenzaal 1296-1810.Oorspr. in Inv. No. 325. Het zegel is verdwenen.

 

20 januari 1336.

Arnold van Sconenvelde, knape, en Elsebe e.1. en Clawes en Margreta, hun kinderen, oorkonden, dat zij ten overstaan van Meijer Arnold, richter te Aldenzale, en Wighman van Eghene en Geerd van Keppele, knapen, en Geerd Snoije en Ludiken Vogel, schepenen te Aldenzale, overgedragen hebben aan Geerd van Dulre en Lambert den Stenger het huis Woltbertinc te Lemeslo met bij behoorende rechten en vijf hoorigen.

Dusent dri hundert sees en dertigh up sente Fabians ende Sebastians dagh tvijer heijligen marteler.

Oude archieven Oldenzaal 1296-1810.Oorsp. in Inv. No. 325. Met zegel van Sconenvelde.

 

 

Op 25 februari 1345 komt hij vóór Arent van Scoenenfelde voor onder de leenmannen van Bentheim. [6] .

 

Op 21 januari 1348 koopt hij de hof Hademanninc ,ook genoemd de hof te Lyndelo onder Oldenzaal,een leen van Rechteren [1], terwijl 14 oktober 1355 heer Lubbert van Langen,kanunnik en obedientiarus te Osterfelde in de Dom te Münster,voor 145 Munsters geld aan Ludolph verkoopt de tienden te Bimolten in het kerspel Nordhorn,te Brandlecht en Veldhausen,oudtijds behorende aan de de Obedientia (in 1399 behoren deze aan zijn gelijknamige kleinzoon).

 

Ludolph moet kort na 14 oktober 1355 zijn overleden [2].Zijn vrouw komt eerst in latere stukken voor.

 

Het door Ludolph in 1348 gekochte Hademanninc wordt eerst einde 1360 door zijn zoon Mattheus voor de eerste maal verkocht, terwijl Mattheus in 1361 het Huis te Schonevelde, de Voechdinchof, het huis te Godevaerding, het Broekhuis en het Nonnencate onder Wilsum te Uelsen aan de bisschop van Utrecht opdraagt, die daarmee 7 juli 1361 Mette en Jutte van Schoneveld beleent gelijk Mattheus en zijn vader Heer Ludolph ermee beleend waren.

De reden van deze overdracht is mij niet bekend.

 

Op 29 augustus 1380 verkopen Elzebe, vrouwe van Gravestorpe, Mattheus en Ludolf van Gravestorpe aan Stine van Halle hun grove en smalle tienden uit het erf Meijerinck in de buurschap Grasdorf, onder vrijwaring; bij aanspraak door derden zullen zij met Herman van Godelinchem en Kerstien de Vedderen

( = Kerstien de Vedder, die zegelt met Bentheim met bastaardbalk) in leisting komen .

 

Op 3 februari 1385 verkopen “Mathewes van Schonevelde, Ludolff van Schonevelde, Mathewes echte zone, anders geheten van Gravestorpe, en Elzebe, des Mathewes geheten vrouwe van Gravestorpe ” hun huis en erve ter Stege (= Stegemann) te Grasdorf in het kerspel Veldhausen.

Behalve de verkopers zegelen de richter en op verzoek van beide partijen Reinold van Coevorden, ridder, en diens zoon Roelof.

Mattheus’ moeder Elsebe, genaamd de vrouwe van Grasdorf, zal Grasdorf met bijbehorende goederen hebben aangebracht.Grasdorf werd volgens Vom Bruch gesticht als ronde borg op een terp.

 

De bouwers zullen de Bentheimse graven zijn geweest aan wie de schulthof behoorde [1] ; de graven bezaten nog in het midden van de 14de eeuw de helft van de burg ; de andere – in leen uitgegeven – wordt in 1385 Olthus genoemd [2] .

Hoe de relatie tussen Elsebe en oudere van Grasdorp’s is geweest, is onbekend.

 

Het huwelijk tussen Ludolph en Elsebe moet vóór 2 februari 1335, wanneer hij als Ludolph van Gravestorpe voorkomt , zijn gesloten.

Uit dit huwelijk stammen 3 kinderen.

 

Bron, Stanny Van Grasdorff, Historisch Centrum Overijssel, 0214 huis Almelo, Inventaris, Regestenlijst.

[1] FBA,Aktivlehne D 16.

[2] Vom Bruch p. 192 ; De Nederlandsche Leeuw LIV (1936),kol. 232.

[1] OBO 1418; Almelo inv. 2389 reg. 33.

[2] Dan nog vermeld; de zoon verkoopt vanaf 1357.

[1] INSA I.IV. p. 68,Slot Burgsteinfurt X Rep. III 8 reg. 15,Prinz p. 80-81.

[2] Prinz p. 80-81.

[3] P.N. van Doorninck en J.S. van Veen,Acten betreffende Gelre en Zutphen 1107-1415 (Haarlem 1908),p. 434.

[4] OBGD 364;.G.C. Joosting.Het archief der abdij te Assen (Leiden 1906),inv. 71 reg. 21.

[5] Middachten inv. 531.

[6] OBO VI 1567 ;Jhr.A.J. Gevers,Inventaris van de papieren van Bevervoorde tot Oldemeule (Zwolle 1976) , inv. 326 reg. I.

 

Terug naar vorig blad