Een leprozerie (lazerije) of "pesthuys" te Sint-Amands ?
De armentafel bezat te Sint-Amands een groot aantal cijnzen die voortkwamen van gronden en hofsteden,wat dus betekende dat zij het recht bezaten om jaarlijks cijnsen of belastingen te heffen op bepaalde hofsteden en gronden.Een stuk land dat de armentafel in de jaren 1700 verpachtte, noemde "het zieckhuys", wat eventueel zou kunnen verwijzen naar het bestaan van een vroegere "leprozerij" of een "pesthuys"(ook "lazerije" genoemd), waarin men melaatsen en andere besmettelijke zieken, zoals die met de pest, afzonderde.
In de 20ste cohierpenning van 1571 te Sint-Amands vond ik volgende verwijzing : "Daneel de Wolff houdt in pachte van de heligen geest van Sinte Amandts, een gemet landts, "genaempt de lazerije", tsjaers 0-10-0". Dit is dan wèl een verwijzing naar een "leprozerie" !!.
Lepra of melaatsheid wordt thans gedefinieerd als een chronische infectieziekte die voornamelijk de huid (denk aan Sint Job op zijn mesthoop, en aanbeden te Mariekerke) en het zenuwstelsel aantast.Melaatsheid is steeds in alle culturen met een sociaal stigma beladen geweest.De zieke en soms ook zijn verwanten, worden op een brutale wijze uit het sociale leven geweerd.Verschillende reglementen verplichtten de zieken een ratel of klepper te gebruiken, waarmee ze moesten ratelen om de andere personen te verwittigen van hun aanwezigheid en om hun er toe aan te zetten zich te verwijderen.
Johann Schonsperger, "BIBLIA" , 1487
Vanaf de 16de eeuw werd het ziekte-onderzoek aanvankelijk verricht door chrirurgijnen en medici.Dit was maar sporadisch in de 13de eeuw.Men onderscheidde 4 soorten lepra : de bruine, de witte, de pakkerie en de groene.Het onderzoek was zuiver visiueel.
Het verband tussen het verdringen van de lepra en het uitbreken van de pest is niet zonder meer evident.De pest doodde de leprozen, maar ook de anderen.Een tragisch pestjaar was het jaar 1636.De pest sloeg nog eens toe in het jaar 1668-1669 (er zijn dan dubbel zoveel overlijdens in deze periode te St-Amands tegenover de andere jaren).Deze epidemie komt voor in verschillende verschijnselen.Met gezwellen noemt men haar de builenpest. Deze builen slaan vaak blauw-zwart uit, en worden soms vermeld als "zwarte pest" of "zwarte dood".Wanneer de longen aangetast worden, noemt men haar "de longpest".De pest veroorzaakte een snelle dood en men noemt haar in de begraafregisters soms ook weleens de "haestighe sieckte".De schrik voor besmetting was zo groot onder de bevolking dat men soms de kerkelijke begrafenis niet afwachtte om de doden te begraven.In die tijd stond men machteloos tegenover die besmetting.Kwakzalvers vonden in die situatie een lonend terrein.Een Brusselse geneesheer, Louis Overdatz (zie onderaan referte), schreef toen voor : de schors van de pestwortel, uitgedaan bij volle maan, in de maand november of februari.
De ziekte verdween in Vlaanderen omstreeks einde 17de eeuw en zo verloren de leprozerieën en pesthuizen hun nut.
De zieken woonden in huizen die in 2 groepen waren verdeeld, enerzijds de georganiseerde en anderzijds de woningen voor "akkerzieken" of huizen voor "veldzieken".Meestal waren die woningen gebouwd aan de rand van het dorp en ongeveer 1 km van het centrum verwijdert voor de angst van besmetting.Vermoedelijk was dit hier in Sint-Amands ook van toepassing wanneer men de ligging van het vermelde pand "het zieckhuys" vergelijkt met de afstand tot het dorpscentrum.Dan moet dit ergens gelegen hebben in de omgeving van "de kuer" of "het kuerengoed".Een grote georganiseerde leprozerie die in aanmerking kwam voor zieken van Sint-Amands bevond zich te Antwerpen, Mechelen en te Rumst.
Het onderhoud van de leprozen : dit probleem was opgelost wanneer de zieke in een leprozerie werd aanvaard.Hij genoot er zijn leven lang van een prebende, maar niet zonder tegenprestatie.Hij of zij, moest meestal alles, of een deel van zijn of haar goederen overlaten aan de leprozerie.Meestal was dit in een dorp aan "de armentafel" of de Schepenen, want de parochie moest ook de onkosten van de zieke betalen.
De jurydische onbekwaamheid van de zieke : in principe waren alle handelingen, die onverenigbaar waren met zijn afzondering, verboden. Zo kon hij geen voogd zijn of een openbaar ambt uitoefenen. Een door lepra aangetaste pastoor kon zijn ambt niet meer vervullen.Vanaf dan moest hij een "coadjudtor" laten aanstellen.Maar de lepra-zieke werd niet onder voogdij gesteld zoals dit voor een krankzinnige wèl het geval was.Maar ...............,alhoewel ze werden beschouwd als "burgerlijk dood", behielden ze toch hun genotsbekwaamheid om te ervenen en om titularis van rechten te zijn.
De begrafenis van de zieke : deze vond plaats op het kerkhof van de parochie.Zij ging gepaard met het opdragen van een lijkmis.Tijdens deze dienst bleef het dode lichaam buiten de kerk.De woning, de kledij en de meubelen van de zieke werden verbrand.Maar het gebeurde ook dat men alles reinigde en dit daarna voor een andere zieke gebruikte.De dekens, de mantel, de hoed, de klep en de bedelnap werden gerecupereerd. Dit was om te vermijden dat er anderen, die hierop geen recht hadden, zich de attributen van de melaatse zouden toeëigenen om gemakkelijker te kunnen bedelen.
Ook Sint-Sebastiaan was één van de zes pestheiligen, kinderen kregen zijn naam om onder andere pest, lepra, zweren en andere ziektes af te weren.
Volgens een rekening van de H.Geest in het jaar 1727, bestond er vroeger een ziekenhuis, de naam bestond toen nog, maar de inrichting niet meer, aangezien het land verhuurd was door de H.Geesttafel, die te voren de kosten van het ziekenhuis droeg, aan " Hendrik Lauwere, 13 guldens over 175 roeden lands, genaamd het ziekehuis, alhier gelegen, palende oost de hovinge van Peeter Boeykens, zuid de hovinge van Jan De But en noord de heerstraete". Dit ziekenhuis zou gelegen hebben nabij "het Meirken", tegen het land van Jan Boeykens. Dat land zou "het ziekenhuisveldeken" genaamd hebben .
Biblografie :
Stanny Van Grasdorff, begraafregister van Sint-Amands (uitgave in eigen beheer).
Stanny Van Grasdorff, de 20ste cohierpenning van Sint-Amands in 1570-1571 (uitgave in eigen beheer).
Algemeen Rijksarchief Brussel, geheime Raad,946 A.
Algemeen Rijksarchief Brussel, kerkelijk archief van Brabant, 14262, folio 282.
Oud Stadsarchief Brussel, Placcaeten ende ordonnantien van de hertoghen van Brabandt, 3, Brussel, 1664, p. 136-137.
Louis Overdatz, kort verhael van de peste en haere geneesmiddelen (1668).
Sint-Amands, Gemeentearchief, kerkelijk archief, H.Geesttafel, rekeningen van de H.Geest.