Zwervers, vagebonden, bedelaars en de Tafels van de Heilige Geest.

 

In de dertiende eeuw raakten de 'armentafels' verspreid over Vlaanderen. Voluit heetten ze de Tafels van de Heilige Geest (het toenmalige OCMW). Na de misviering konden hulpbehoevenden aanschuiven aan een tafel achteraan in de kerk. Daar konden ze voedsel, kleding, hout of lampolie krijgen. De uitdeling gebeurde ter ere van de Heilige Geest.

Van de 13de tot de 15de eeuw groeide het aantal verarmden stelselmatig ten gevolge van oorlogen, mislukte oogsten en hongersnood. Begin 1400 zwierven er steeds grotere groepen marginalen rond, die via list en geweld poogden te overleven. De vorsten begonnen hiertegen te reageren.

Dergelijke lieden werden aangemaand om te beginnen werken. Ze kregen geen aalmoezen meer en werden, indien ze hun leven niet beterden, opgesloten, openbaar tentoongesteld met een brandijzer op het voorhoofd gemerkt teken, en ten slotte werden ze verbannen.

Op 14 augustus 1459 verbood de Bourgondische hertog Filips de Goede het bedelen in de kerken.Hij beperkte het recht tot bedelen tot drie categorieën : kinderen jonger dan 12 jaar, bejaarden van meer dan 60 jaar en personen met kleine kinderen. De erkende armen dienden om de hals een herkenningteken te dragen en mochten niet gaan bedelen buiten het territorium waar ze gevestigd waren.

Gezonde mannen die bedelend werden aangetroffen zette men twee maanden op water en brood, om ze vervolgens bij de eerste gelegenheid naar de galeien te sturen.

Op 7 oktober 1506 zette Filips de Schone een aantal wantoestanden op een rijtje.Talloze vagebonden maakten toen onze streken onveilig en beroofden in de dorpen zelfs de arme onderdanen.Soms dreigden ze de huizen in brand te steken en ze beroofden kooplieden en reizigers.Hun winst gingen ze daarna verdrinken in de herbergen in de steden en op het platteland.

Filips de Schone verbood daarom aan de herbergiers om vagebonden onderdak te verlenen op straf van 10 Parijse ponden per overtreding.Voor pelgrims, arme blinden en andere gehandicapten gold deze maatregel niet.

Op 28 september 1529 klaagde keizer Karel, met een verordening aan, dat er gezonde leeglopers het land bedelend rondtrokken, dat ze zich schuldig maakten aan plundering, aan diefstal in de kerken en zelfs tot moord.

Op 7 oktober 1531 besloot Karel V dan ook om een aantal strenge maatregelen uit te vaardigen ter hervorming van de armenzorg. Overdag en ’s nachts mocht voortaan niemand nog bedelen, met uitzondering van bedelmonniken en melaatsen.Armen mochten niet meer van de ene stad of dorp naar een andere trekken.In elk dorp dienden twee sergeanten toe te zien op de naleving van deze wet en zij moesten zo vaak als nodig de bedelaars verjagen.In alle kerken dienden offerblokken te komen waarin men aalmoezen kon steken. Alle parochies moesten dan weer wekelijks geld, brood of kledingstukken schenken aan de armen.Pastoors werden verzocht de bevolking aan te zetten om goederen aan sociale organisaties te schenken.

Nieuwe ordonnanties van de centrale overheid volgden op 12 januari 1734 en op 14 december 1765. Elke stad of dorp diende zijn eigen armen, die onbekwaam waren om te werken, met de inkomsten van de armentafels te onderhouden. De armentafel bezat te Sint-Amands een groot aantal cijnzen die voortkwamen van gronden en hofsteden, wat dus betekende dat zij het recht bezaten om jaarlijks cijnsen of belastingen te heffen op bepaalde hofsteden en gronden. De armenzorg werd toevertrouwd aan de Heilige Geesttafel, ook Geestdis, armentafel of armendis genoemd, en was nauw verbonden met de kerk en de parochie. Het bestuur bestond uit 2 armenmeesters, meestal waren het schepenen en werden verkozen door de pastoor, de baljuw en de schepenen.

De Heilige Geesttafels werden in 1796 afgeschaft door de Franse bezetter en ze werden vervangen door "Burelen van Weldadigheid" (Bureau de Bienfaissance) en een Commissie van de Burgerlijke Godshuizen.De armenzorg werd gebureaucratiseerd.De behoeftige gezinnen werden aan een nauwlettend toezicht onderworpen.De Burelen van Weldadigheid werden op hun beurt afgeschaft in 1925 en zullen vanaf dan "Kommissie van Openbare Onderstand" genoemd worden.Tenslotte zal het daarna het O.C.M.W. worden.

In 1760 liet "pauwel van kerckhoven" een stuk grond na aan de armen van Sint Amands.Dit stuk land, genaamd "de buysheijde", was 3 dagwand groot en paalde ten Oosten aan de kapelanie van Sint Amands, ten Zuiden aan de erfgenamen van de heer van der vorst uit Antwerpen en de weduwe van Egidius de Bock, ten Westen aan de erfgenamen van wijlen de heer Moortgat uit Gent en ten Noorden aan 's Heeren Straete.(bron : Sint-Amands, gemeentearchief, archief armenbestuur, nummer 39, testament).Er was een voorwaarde aan verbonden : de armtafel moest in de kerk van Sint Amands jaarlijks een gelezen jaargetijde houden, dat moest gepaard gaan met brooduitdeling aan de armen en dit ten "eeuwigen dage".

In het Rijksarchief te Antwerpen worden de rekeningen bewaard van de H.Geesttafel van Sint Amands, vanaf 1606 tot 1751, maar ook nog enkele exemplaren uit het jaar 1680, 1767 en 1792. Er bestaat tevens een manuaal van de armen uit het jaar 1786.

 

Bron : Gemeentearchief Sint-Amands, schepengriffie, schepenakten, kerkelijk archief, archief armenbestuur.

Bibliografie, Vanhemelryck F., Marginalen in de geschiedenis, Leuven, 2005.

Bibliografie, Cronijcke, Oudheidkundig Kring van Dendermonde.